Column

Peter Neijens28 augustus 2009

De academie dwaalt af

Column Peter Neijens

Is er een kloof tussen wetenschap en praktijk? Ja, dat denk ik wel. Zou die kloof kleiner moeten zijn? Natuurlijk! En zal die kloof kleiner worden? Hmm, ik hoop het, maar ik ben er helemaal niet gerust op.

Het is niet leuk om mijn bijdrage aan het Liber Amicorum voor prof. Giep Franzen pessimistisch te beginnen. Giep heeft zich immers zijn hele carrière meer dan ingespannen om de kloof tussen wetenschap en praktijk te overbruggen. Eerst binnen het bedrijfsleven, waar hij zich sterk maakte voor kennisvermeerdering van de professionals binnen zijn bureau en de branche. Zo zette hij binnen FHV/BBDO een bibliotheek op waarop menig universiteit jaloers op is. Hij was ook de drijvende kracht achter BBDO college, bijeenkomsten waar toppers uit het vak lezingen gaven. Later vanaf de kant van de wetenschap. Met tomeloze energie en een enorme betrokkenheid gaf Giep colleges aan honderden studenten die hij opleidde om later wetenschappelijk in de praktijk aan de slag te kunnen. Andersom bracht hij ook de praktijk naar de academie. Hij deelde zijn eigen praktijkkennis met de studenten en liet een keur aan gastsprekers uit het bedrijfsleven opdraven. Ook op andere wijzen zette hij zich in voor de ontwikkeling en verspreiding van kennis, binnen en buiten de academie. Hij schreef een groot aantal boeken, Nederlandstalig en Engelstalig, met als hoogtepunt natuurlijk ‘The Science and Art of Branding’, uitgebracht door de gerenommeerde uitgever M.E. Sharpe. En zeker ook door de oprichting en uitbouw van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Commerciële Communicatie. Onder de bezielende leiding van Giep is SWOCC -nauw verbonden met de UvA- een zeer groot succes geworden. Ik ben er trots op dat ik eerst als directeur en later als voorzitter van het bestuur, aan SWOCC heb mogen bijdragen, maar weet als geen ander dat Giep voor de successen van SWOCC zorgde. In ieder geval in mijn tijd.

Afgemeten aan de hierboven genoemde successen zou je zeggen dat het wel goed zit met de kruisbestuiving tussen universiteit en praktijk. Maar toch…. Als ik kijk naar de groep Commerciële Communicatie binnen de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit van Amsterdam tel ik meer dan 10 medewerkers. Een grote groep, die er overigens niet was geweest zonder het pionierswerk van Giep. De vraag is nu of deze groep de relatie met de praktijk kan onderhouden zoals Giep dat deed. Ik ben daar nog niet zo zeker van. Wat zijn bijvoorbeeld de criteria die de moderne universiteit stelt aan succesvolle onderzoekers? De drie belangrijkste zijn: publiceren in internationale wetenschappelijke tijdschriften, publiceren in internationale wetenschappelijke tijdschriften en publiceren in internationale wetenschappelijke tijdschriften. En als afgeleide daarvan: optreden op internationale wetenschappelijke conferenties en het ‘binnenhalen’ van wetenschappelijke subsidies. In dit rijtje succescriteria missen we dus criteria die betrekking hebben op de relatie met de praktijk, zoals het verrichten van toegepast onderzoek, publiceren in het Nederlands en het geven van lezingen op congressen van professionals uit het bedrijfsleven.

De succescriteria bepalen de wereld van de academicus. Die wereld is hard en wordt almaar harder. Jonge mensen kunnen het zich echt niet veroorloven om toegepast onderzoek te doen of in het Nederlands te publiceren. Het helpt hun carrière niet. Een jaartje in de praktijk werken tussendoor: je bent meteen drie à vier publicaties achter op de ‘peers in je cohort’ en weg is je kans op prestigieuze onderzoeksbeurzen en een hoogleraarschap.

Het werkt heel simpel: iedereen die vooruit wil, moet meegaan met de gestelde criteria. Dat geldt voor colleges van besturen van universiteiten, decanen van faculteiten, directeuren van instituten, programmaleiders van onderzoeksgroepen en individuen daarbinnen. De criteria worden van hoog naar laag doorvertaald en voor je het weet zit iedereen in de mallemolen. En zo dwaalt de academie langzaam maar zeker af van de praktijk.

Gelukkig hebben wij bij Communicatiewetenschap van de Universiteit van Amsterdam door de inspanningen van Giep nog steeds een groot aantal verbindingslijnen met de praktijk. Ik noemde al SWOCC. Daarnaast hebben we bijzondere hoogleraren (gesponsord door het bedrijfsleven), een actieve alumni-vereniging en hebben stafleden allerlei functies en relaties in het bedrijfsleven. Ook al draagt het weinig bij aan hun carrière. Sommige collega’s doen dat, omdat ze het zich kunnen permitteren om zich te onttrekken aan de criteria. Anderen doen het in hun schaarse vrije tijd. Het lijkt wel een schaduwuniversiteit die bestaat naast de officiële, nog net niet ondergronds.

Wij prijzen ons gelukkig dat ook deze kant van wat een goede academie zou moeten zijn, in onze sector overeind is gebleven. Laten we hopen dat eens de tijden weer zullen veranderen en de slinger van de klok ‘relevantie’ als een belangrijker criterium zal aanwijzen. Tot die tijd moeten we blijven hopen dat de schaduwuniversiteit blijft bestaan; met SWOCC, met bijzondere hoogleraren en andere vormen van kennisuitwisseling met de praktijk. Giep heeft hiervoor een zeer stevig fundament gelegd en praktijk en wetenschap zijn hem daarvoor intens dankbaar.

Deze column verscheen eerder als essay in het onlangs uitgebrachte Liber Amicorum voor SWOCC oprichter prof. Giep Franzen.

Peter Neijens is oud SWOCC-directeur en oud-voorzitter van het SWOCC-bestuur. Tevens is hij hoogleraar Communicatiewetenschap aan de UvA.

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

*

Voor u verder gaat even bewijzen dat u mens bent.

Typ de eerste drie letters van het alfabet (anti-spam)