Column Kim Cramer22 januari 2013

‘Ik wil helemaal niet aan mijn mensen vragen wat zij ervan vinden!’

Column Kim Cramer

Kim Cramer

Wie bouwt een merk? Is het de brandmanager, het reclamebureau, klanten die het merk aanbevelen? Allemaal, zou je kunnen zeggen. Maar dan vergeten we de belangrijkste groep merkenbouwers: de rijke populatie medewerkers die het merk dagelijks vertegenwoordigt. Het maakt niet uit wat reclamecampagnes de wereld in slingeren over het merk, het zijn de mensen in de organisatie die het merk maken of breken. Zij zijn het merk. Waarom worden zij dan zelden of nooit betrokken in het merkontwikkelingsproces?

‘Onze mensen zijn onze belangrijkste asset’. ‘Onze mensen zijn cruciaal’. ‘Zij maken het verschil.’ We lijken het allemaal eens te zijn dat ‘onze mensen’ de beste merkbeleving mogelijk maken. Toch worden visies, missies, merkpositioneringen, huisstijlen en rebrandingstrajecten in de meeste organisaties bedacht en uitgewerkt door een selecte groep uit het topmanagement, zonder input van de werkvloer. Van ‘onze mensen’ wordt vervolgens verwacht dat ze de nieuwe strategie enthousiast omarmen en er alles aan doen om de gewenste veranderingen door te voeren. Als ze al precies begrijpen wat de bedoeling is. Resultaat: de nieuwe strategie voelt opgelegd door de directie en er verandert niets. Behalve de huisstijl dan misschien. Of de nieuwe slagregel.

Een gemiste kans. Want juist zulke symbolische signalen van verandering kunnen een enorm positieve impact hebben, mits ze op een democratische manier tot stand zijn gekomen. We kunnen stemmen op The Voice, chatten met politici, een beweging starten via Facebook en ieder onderwerp tot trending topic maken op Twitter. Maar met z’n allen invloed uitoefenen op de strategie van de organisatie waar we dagelijks werken, is zeer ongebruikelijk. En vaak ongewenst! Laatst hoorde ik een managing director zeggen: ‘Ik wil helemaal niet aan mijn mensen vragen wat zij ervan vinden. Dan moet ik naar ze luisteren en ben ik verplicht iets met hun input te doen!’. Toch is dit nodig als bedrijven willen overleven in deze tijd van transparantie, social media, de zoektocht naar bezieling en een toekomstige generatie medewerkers die niet onder de indruk is van traditionele, hiërarchische verhoudingen.

Nodig én mogelijk. Sociale technologie stelt ons in staat de dialoog aan te gaan met alle medewerkers tegelijk (of het er nu honderd of honderdduizend zijn) en de gezamenlijke betekenis te ontdekken die het merk vormt en het gedrag stuurt. Dat begint met het willen weten wie ‘onze mensen’ eigenlijk zijn. Wat hen drijft, waarom ze elke dag naar hun werk komen, wat ze er zo mooi aan vinden en hoe het nog mooier zou kunnen. Inspiratie voor de gedeelde visie en missie, voor de emotionele kern van het merk. Beslissingen hierover door het leiderschapsteam moeten niet ‘set in stone’ zijn, maar ruimte laten voor feedback door het collectief: vragen, kritiek, aanpassingen. Een nieuwe strategie wordt zo geen top-down directief, maar een bottom-up proces waarvan iedereen onderdeel is: invented here. Waaraan je zelfs partners, leveranciers, klanten en het algemeen publiek mee kan laten doen. Want, laten we realistisch zijn, dat openbare debat over jouw merk vond in de buitenwereld toch al plaats.

Het merkontwikkelingsproces moet achter de gesloten deuren vandaan, waar in het geheim de positioneringsmodellen worden ingevuld. Dat vereist niet alleen het lef van de leiders, maar ook de ontwikkeling van nieuwe, democratische tools en methoden. Laat de dialoog beginnen!

Kim Cramer is lid van de Raad van Advies van SWOCC en mede-eigenaar van BR-ND.

4 reacties op ‘Ik wil helemaal niet aan mijn mensen vragen wat zij ervan vinden!’

Marien de Goffau | 24 januari 2013 | 11:44

Een welkome benadering. De oude tegenover de nieuwe denkwijze. Wij werken vandaag de dag met ‘Identity’ en dat is hoe het echt is, niet hoe het bedacht wordt. Wees jezelf als merk en speel geen toneel. Verdien je plek door eerlijke bezieling. Dan krijgt missie en visie inhoud ipv loze woorden. Dan krijgt strategie echt functie.
Maar we weten dat vasthouden aan het oude zo graag gebezigd wordt, helaas. En achterlopen wordt met excuses beneveld. De laatste 10 jaar is te weinig gebeurd. Tijd dat dit onderwerp, deze column, gemeen goed wordt. Het is eigenlijk al veel te laat voor velen. Wakker worden dus. – Dank je Kim.

Ricardo Bravenboer | 24 januari 2013 | 19:13

Mooi Kim! Beter kan ik het niet verwoorden. Let’s be brave. ;-)

Erik Voskuijl | 28 januari 2013 | 12:37

Kim, schot in de roos. Merkontwikkeling moet open worden. Met medewerkers maar ook met externe groepen als klanten, fans en criticasters. De tijd is voor bij dat het een proces van enkelen is. Het merk is de betekenis die alle mensen verbindt, met nadruk op alle.

Alexander Koene | 31 januari 2013 | 13:35

De conventie is dat strategie niet democratisch bepaald moet worden. Immers, democratisch leidt tot compromis, middelmaat. Daar heb ik mij ook jaren aan vastgehouden. Totdat ik me realiseerde dat de meeste merkdeskundigen heldere strategie ontwikkelen en documenteren, maar dat er vervolgens niet zo veel verandert. In het beste geval een nieuwe slagregel of advertentie. Missie, visie en kernwaarden zijn zo vaak een wassen neus, het kan niemand iets schelen. Geobsedeerd door inhoudsvinding wordt vergeten dat het merk van ons allemaal is. Helpen jullie mee deze achterhaalde conventie om te buigen? Welkom in het sociale tijdperk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Voor u verder gaat even bewijzen dat u mens bent.

Hoeveel is 5 plus 6?