kennisbank item

Schadelijk optimisme

Publicatiedatum: 18 | 06 | 2013
Delen:

Bijna iedere dag neem ik mij voor sommige dingen in de toekomst heel anders te doen, bijvoorbeeld vroeger naar bed te gaan, vaker nee te zeggen en minder stompzinnige series te kijken. Net zo vaak stel ik met lichte spijt vast dat mijn goede voornemens het steeds weer afleggen tegen mijn eigen impulsen en verleidingen uit de omgeving. Ik wil van alles, maar leef er (te) vaak niet naar. Gelukkig ben ik de enige niet. Onderzoek laat het keer op keer zien: onze geest is gewillig, maar het vlees zwak.

Te veel beleidsmakers in het publieke domein gaan er echter nog steeds van uit dat mensen overwegend rationele beslissers zijn. Bij het maken van beleid wordt nog vooral gekeken naar hoe mensen zich zouden moeten gedragen, in plaats van hoe mensen zich werkelijk gedragen. Neem nu sport, dat vinden we gezond. Maar in de praktijk sport lang niet iedereen, ook al weten we dat het goed voor ons is. Beleidsmensen gaan te vaak uit van een sterke wil en de kracht van zelfregulering: ‘Volgende week ga ik echt hardlopen…’. Als we mensen maar genoeg stimuleren en positieve intenties creëren, volgt gewenst gedrag vanzelf.

Helaas, was het maar zo simpel.

Diverse studies tonen aan dat wij onze toekomstige ik consequent te rooskleurig inschatten. Wij leven met een diepgewortelde overtuiging dat we onze toekomst zelf plannen en bepalen. Straks doen we wel wat we nu (nog even) niet doen en spelen we wel klaar wat we nu niet voor elkaar krijgen. Onbewust beschouwen we onze toekomstige ik zelfs als een ander. Onze toekomstige ik eet altijd gezond, gaat verstandig met geld om en werkt niet te hard. Echter, in tegenstelling tot prestaties uit het verleden, zijn goede intenties slechte voorspellers voor gedrag.

Sinds een paar jaar weten we dat het vermogen onszelf voor de gek te houden zelfs zo krachtig is dat het ervoor kan zorgen dat vanwege een goed voornemen (‘morgen ga ik hard studeren’) we per direct het tegenovergestelde doen (lekker ontspannen op de bank een filmpje kijken). Zo bleek bijvoorbeeld uit recent onderzoek dat wie zich nu voorneemt om volgend weekend de zolder op te ruimen, straks eerder een biertje neemt. Ook al is de kans op een opgeruimde zolder volgende week klein, het weerhoudt ons er niet van nu alvast het harde werk te compenseren dat straks gaat komen. ‘Moral license’ noemt McGonical (2012) dat in haar boek De kracht van wilskracht. Hoe zelfbeheersing werkt en wat je er aan kunt doen.

De toekomst als morele vrijbrief voor huidig handelen.

Door een concreet doel te stellen met betrekking tot iets wat gedaan moet worden, geven we onszelf onbewust een excuus om nu iets anders te doen. Sterker nog, we lenen alvast een beetje van het positieve resultaat dat we verwachten te behalen in de toekomst. We zijn wat betreft onszelf en de toekomst onrealistisch optimistisch met alle schadelijke gevolgen van dien. Zo liet onderzoek van Fishbach en Dhar (2005) zien dat mensen die nog moesten gaan sporten en de verwachting hadden flink aan de slag te gaan eerder kozen voor een lekkere vette snack dan mensen die net hadden gesport en inmiddels een realistisch beeld hadden van de mate waarin ze gezweet hadden.

Vooral schadelijk voor ons huidig handelen, is het gevoel dat we door een goed voornemen al best aardig op weg zijn (zogenaamde ‘progress frame’). Zodra we menen al lekker bezig te zijn (‘best wel veel bewogen vandaag’), treedt vrijwel meteen compensatiegedrag op (‘nu lekker koffie met gebak’). Met name mensen die van nature al optimistisch zijn, hebben de neiging prestaties in de toekomst te compenseren in het heden. De neiging tot compenseren wordt daarbij nog eens versterkt wanneer het prestaties in de nabije toekomst betreffen (‘morgen ga ik hardlopen’).

Opvallend is dat in tegenstelling tot optimistische verwachtingen over onze prestaties in de nabije toekomst, het bewust zijn van ondermaatse prestaties uit het directe verleden vrijwel geen invloed heeft op onze keuzes in het heden. In een serie studies demonstreerden Zhang, Fishbach en Dhar (2007) dat wanneer mensen actief vaststellen dat ze in het verleden niet naar verwachting hebben gepresteerd, dit irrelevant is voor de keuzes waar ze per direct voor staan. Bijvoorbeeld, wanneer mensen vaststelden dat ze in het afgelopen jaar onvoldoende hun doelen met betrekking tot het sparen van geld hadden behaald, had dit verbazend genoeg geen effect op de directe beslissing om te gaan sparen.

Kortom, we zouden beter moeten weten, maar studies tonen steeds weer aan dat niet zozeer concrete ervaringen uit het verleden, maar onrealistisch optimistische verwachtingen over de toekomst, ons gedrag in het heden negatief beïnvloeden. Willen beleidsmakers doelgericht gedrag veranderen zullen ze in hun beleid niet langer de toekomst maar het heden centraal moeten stellen. Dus, minder focus op het creëren van sociaal wenselijke intenties en goede voornemens via grootschalige massamediale campagnes, en meer aandacht voor het stimuleren van gewenst gedrag op het juiste moment via de inzet van slimme crossmediale interventies, touchpoint communicatie en nudging technieken.

Het volledige artikel van Fishbach en Dhar is getiteld ‘Goals as excuses or guides: The liberating effect of perceived goal progress on choice’ en verscheen in Journal of Consumer Research (2005), volume 32, pp. 370-377.

Het volledige artikel van Zhang, Fishbach en Dhar is getiteld ‘When thinking beats doing: The role of optimistic expectations in goal-based choice’ en verscheen in Journal of Consumer Research (2007), volume 34, pp. 567- 578.

Over de auteur

Reint Jan Renes is lector Psychologie voor een Duurzame Stad. Met zijn lectoraat doet hij, vanuit concrete vraagstukken uit de praktijk, onderzoek naar de gedragspsychologie achter duurzaamheid.

Mail mij 1x per maand een update over merken, marketing en communicatie

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.